Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
denktdat verdachte er van heeft geweten. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] in haar eigen strafzaak op 23 januari 2017 haar eerdere verklaring ‘ingetrokken’ en heeft zij verklaard dat zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 2]
niethebben geweten van de aanwezigheid van verdovende middelen en niets te maken hebben gehad met de invoer van de cocaïne. De rechtbank hecht, gelet op voormelde inconsistenties en onduidelijkheden, dan ook geen bewijswaarde aan de verklaringen van [medeverdachte 1] ten aanzien van de wetenschap van verdachte met betrekking tot de aanwezigheid van cocaïne in haar koffer.