Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de raad van de gemeente Haarlem, verweerder
[naam 5] en [naam 6](de derde-belanghebbenden).
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep van verschillende wijkraden tegen het besluit van de gemeente Haarlem om een referendum over de modernisering van parkeermaatregelen toe te laten. Verzoekers stelden dat het onderwerp niet de gehele stad aangaat en dat het besluit onjuist was genomen. De gemeente voerde aan dat het onderwerp het niveau van een wijk overstijgt en dat beleidsvrijheid bestaat bij het toelaten van een referendum.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het onderwerp de hele stad betreft, aangezien de maatregelen de parkeersituatie in een groot deel van Haarlem beïnvloeden en mogelijk worden uitgebreid. Tevens werd geoordeeld dat het bezwaar over de procedure niet tot nieuwe argumenten leidde en dat het niet nodig was de referendumcommissie te raadplegen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter Terwiel-Kuneman op 15 juni 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot het houden van een referendum wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.