ECLI:NL:RBNHO:2017:5174
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen omgevingsvergunning voor verlenging dakterras nabij erfgrens
Op 26 oktober 2016 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel een omgevingsvergunning aan een derde partij voor het verlengen van een dakterras op een aanbouw nabij het perceel van verzoekster. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat bij besluit van 17 maart 2017 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde verzoekster beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bestemmingsplan Den Burg een maximale diepte van 3 meter voor het dakterras voorschrijft en dat het hekwerk van het dakterras meer dan drie meter van de achtergevel is gesitueerd, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Verzoekster stelde dat het dakterras direct aan haar perceel grenst en een evidente privaatrechtelijke belemmering vormt.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het dakterras binnen twee meter van de erfgrens ligt en uitzicht biedt op een klein deel van het perceel van verzoekster (een steeg), er geen sprake is van een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter. Dit oordeel is in lijn met jurisprudentie waarin beperkt zicht niet leidt tot een evidente belemmering. Tevens kon niet worden uitgesloten dat het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van boek 5 BW van toepassing is, waardoor geen privaatrechtelijke belemmering bestaat.
De rechtbank zag daarom geen reden het bestreden besluit te vernietigen, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.