De man verzocht de rechtbank om doorhaling van de registratie van een Servische huwelijksakte in de Nederlandse Basisregistratie Personen (BRP), subsidiair nietigverklaring van het huwelijk en meer subsidiair echtscheiding. De rechtbank stelde vast dat het vermeende huwelijk in Servië niet was ingeschreven in het huwelijks- en geboorteregister, wat volgens Servisch recht betekent dat het huwelijk niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. De huwelijksakte bleek vervalst of vals te zijn.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd was om doorhaling van de registratie in de BRP te gelasten, omdat dit onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders valt. De man werd daarom niet ontvankelijk verklaard in zijn primaire verzoek. Ook in zijn subsidiaire en meer subsidiaire verzoeken werd hij niet ontvankelijk verklaard, omdat het huwelijk niet bestond en dus niet nietig verklaard kon worden of ontbonden door echtscheiding.
De rechtbank adviseerde de man een verzoek tot doorhaling van de registratie in te dienen bij de gemeente, met een afschrift van deze beschikking. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak.