Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2017 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers,
[naam], te Amsterdam.
Rechtbank Noord-Holland
Eisers hebben op het dak van hun achterhuis een houten vlonder geplaatst die zij als dakterras gebruiken zonder omgevingsvergunning. Verweerder legde een last onder dwangsom op om de vlonder te verwijderen en het gebruik als dakterras te beëindigen. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit en tegen de invordering van de dwangsom.
De rechtbank stelt vast dat de vlonder een bouwwerk vormt dat zonder vergunning is gebouwd, wat in strijd is met artikel 2.1 van de Wabo. Ook is het gebruik als dakterras in strijd met het bestemmingsplan Nieuwmarkt 2004. Verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom is niet aan de orde omdat nog niet is vastgesteld dat de dwangsom is verbeurd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd is tot handhaving en dat het beroep ontvankelijk is. Eisers' argumenten over de functie van de vlonder en de kosten van verwijdering worden niet gevolgd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat verweerder in een aanvullend besluit alsnog een deugdelijke motivering gaf. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering, het handhavingsbesluit blijft echter in stand.