Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het vonnis in incident van 13 januari 2016, waarbij tevens een comparitie in de hoofdzaak is bepaald
- het proces-verbaal van comparitie van 21 juni 2016 en de daarin genoemde stukken.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen twee aandeelhouders en bestuurders van Hoorcentrum JvG B.V., die elk 50% van de aandelen bezitten. Eiser vordert onder meer een verklaring voor recht dat een koopovereenkomst is gesloten voor de overdracht van aandelen en veroordeling van gedaagde tot medewerking aan de overdracht.
De rechtbank oordeelt dat geen wilsovereenstemming is bereikt over de essentiële onderdelen van de overeenkomst, met name de prijs, zodat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Ook is geen sprake van een aanbod dat niet is ingetrokken. De statutaire blokkeringsregeling is niet van toepassing omdat het aanbod is ingetrokken.
Subsidiair stelt eiser dat op grond van artikel 2:336 BW Pro overdracht kan worden bevolen wegens onbestuurbaarheid van de vennootschap. De rechtbank stelt vast dat de onderneming niet onbestuurbaar is; de aandeelhouders werken volgens afspraken en de bedrijfsvoering lijdt geen schade. De vorderingen worden daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens ontbreken van een koopovereenkomst en geen onbestuurbaarheid van de vennootschap.