ECLI:NL:RBNHO:2017:5904
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening kindvriendelijke opvang en voorschot bijstand voor moeder en Nederlands kind
Verzoekers, een moeder afkomstig uit Liberia en haar Nederlandse kind, vroegen het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar om een tijdelijke maatwerkvoorziening en bijstand. Na afwijzing van het verzoek en het instellen van bezwaar, verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het kind de Nederlandse nationaliteit heeft en dat de moeder waarschijnlijk een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 VWEU Pro. Gezien de afhankelijkheidsrelatie tussen moeder en kind en het belang van het kind om in Nederland te blijven, achtte de rechter het aannemelijk dat de moeder en haar kind niet het grondgebied van de EU hoeven te verlaten.
Verblijf in een gezinsopvanglocatie werd niet passend geacht vanwege gebrek aan privacy en onrust. Daarom werd aan verweerder opgedragen om vanaf 17 juli 2017 kindvriendelijke opvang te bieden en voorschotten op een eventuele bijstandsuitkering uit te keren. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 990. Het verzoek tot voorlopige voorziening van 22 juni 2017 werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen kindvriendelijke opvang en voorschotten op bijstand te verstrekken aan verzoekers vanaf 17 juli 2017.