ECLI:NL:RBNHO:2017:6046
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling ouderschap wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende bewijs
De moeder verzocht namens haar minderjarige kind de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man, die de biologische vader zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de moeder als wettelijk vertegenwoordiger niet bevoegd is om dit verzoek in te dienen; dit dient te gebeuren door een bijzondere curator die door de rechtbank is benoemd. De bijzondere curator diende vervolgens zelfstandig een verzoek in tot vaststelling van het ouderschap en naamswijziging.
De man, die in Ethiopië verbleef om voor zijn zieke moeder te zorgen, was bereid het kind te erkennen, maar kon dit nog niet doen. De rechtbank overwoog dat het enkel feit dat de man niet in Nederland is onvoldoende is om het verzoek toe te wijzen. Tevens ontbrak een rechtsgeldig DNA-onderzoek om het verwekkerschap definitief vast te stellen, waardoor het verzoek werd afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat gerechtelijke vaststelling van het ouderschap een laatste mogelijkheid is wanneer erkenning niet vrijwillig plaatsvindt. Omdat de man bereid is te erkennen en het verwekkerschap niet onomstotelijk vaststaat, achtte de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en wees het af. De moeder kan tegen deze beschikking hoger beroep instellen.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en naamswijziging wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende bewijs van verwekkerschap.