Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam stichting]
1.Het verdere procesverloop
- de akte van [gedaagde] op de rol van 8 juni 2016;
- het proces-verbaal van de zitting/getuigenverhoor van 24 augustus 2016, met bijlagen;
- de akte depot van [gedaagde] van 14 november 2016;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 januari 2017;
- de aktes uitlatingen van partijen van 29 maart 2017.
2.De beoordeling
11 mei 2016. In dit vonnis is [gedaagde] toegelaten tot het tegenbewijs van hetgeen de kantonrechter voorshands als vaststaand heeft aangenomen, namelijk dat [gedaagde] de e-mail en brief van 12 september 2012 en de brief van 3 december 2012 heeft gemanipuleerd.
8 augustus 2012, een brief van 20 augustus 2012, een e-mail van 11 september 2012, de
e-mail en brieven van 12 september 2012 en de brief van 3 december 2012. Volgens [gedaagde] is deze correspondentie afkomstig van [eiseres] .
“Wij hebben uw reparatieverzoek uit 2011 betreffende lekkage op de benedenverdieping laten beoordelen en goedkeuren door de betreffende manager van de locatie [naam locatie] , [manager vastgoedbeheer] .
“Naar aanleiding van ons telefoongesprek en uw schade-taxatie rapport-gegevens, welke wij hierbij overnemen, blijkt dat er inderdaad sprake is van een schade die schijnbaar veroorzaakt is door een lekkende waterleiding op het adres van [gedaagde] (…)
”Afdeling Vastgoedbeheer//Toezeggingen”.
”Uit uw gegevens en die van het taxatiebedrijf blijkt dat er inderdaad sprake is van een schade die veroorzaakt is door een lekkende waterleiding de plaatsing van het oude keukenblok en pas herkend tijdens het plaatsen van het nieuwe keukenblok. (…)
“Contractnummer [nummer 001] Afdeling Contracten”.
“Contractnummer [nummer 001]Afdeling Contracten/Toezeggingen”.
“Ik heb bij [eiseres] gewerkt van 1 januari 2010 tot 1 januari 2013. Ik was daar in dienst als manager vastgoedbeheer. Ik hield mij bezig met het onderhoud van het bezit van [eiseres] in de [naam locatie] . Ik gaf leiding aan een afdeling met acht fte.
”Ik heb de e-mail en brief van 12 september 2012 en de brief van 3 december 2012 die in deze zaak in geding zijn niet gemanipuleerd. Ik weet niet wat de normale gang van zaken is bij [eiseres] waar het de communicatie betreft. Ik weet ook niet in welke vorm zij dat doen bij [eiseres] dus ik kan niets vertellen over waarom de getuigen [manager vastgoedbeheer] en [medewerker klantenservice] hebben verklaard dat de gang van zaken als vermeld in die stukken niet de gang van zaken bij [eiseres] is.(…) Ik heb eerst een e-mail van [manager vastgoedbeheer] gekregen in september 2012, daarna kreeg ik de brief per post (…)
toont een schade (Taxatie) rapport van 6 augustus 2012(…).
Het kan zijn dat dit het rapport is waarover ik het net had.
Dit gelet op hetgeen onder 2.8 is overwogen. Ook deze brief lijkt te zijn geproduceerd om het verhaal van [gedaagde] kracht bij te zetten. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de lay-out van de brief gelijk is aan die van 12 september 2012 en 3 december 2012, maar dat de daarin vermelde afdeling de naam Vastgoedbeheer/Contracten heeft dan die in laatstgenoemde brieven. Daarover heeft getuige [manager vastgoedbeheer] al verklaard dat de afdeling Contracten niet bestaat. De kantonrechter heeft verder geconstateerd dat de handtekeningen op de brieven exact hetzelfde zijn en dat op het originele exemplaar van de brief van
3 december 2012 geen originele handtekening staat, maar een stempel of kopie van een handtekening. Getuige [manager vastgoedbeheer] heeft verklaard dat hij de handtekening niet herkent en dat [eiseres] indertijd geen gebruik maakte van handtekeningenstempels.