ECLI:NL:RBNHO:2017:6414

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juli 2017
Publicatiedatum
27 juli 2017
Zaaknummer
262157 HA RK 17/142
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 RvArt. 5 lid 1 ROArt. 37 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot buiten behandeling stellen van wrakingsverzoek tegen rechter

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter mr. L.J. Saarloos, voorzitter van de wrakingskamer, omdat hij twijfelde aan het objectief handelen van deze rechter in een eerdere wrakingsprocedure. De wrakingskamer overwoog dat het nieuwe verzoek niet ontvankelijk is omdat het betrekking heeft op een wrakingsverzoek dat reeds bij einduitspraak is beslist.

Verzoeker wilde zijn eerdere wrakingsverzoek hervatten, maar de rechtbank wees erop dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend vóór de einduitspraak. Daarnaast is in de wet en jurisprudentie bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde zaak niet in behandeling wordt genomen als het misbruik van procesrecht betreft.

De wrakingskamer stelde het verzoek dan ook buiten behandeling en wees erop dat wrakingsuitspraken openbaar worden gedaan en gepubliceerd op rechtspraak.nl, zodat nietigheid van de uitspraak op grond van artikel 5 lid 1 RO Pro niet aan de orde is. De beslissing werd uitgesproken door de plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer en griffier op 26 juli 2017. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer, locatie Alkmaar
zaaknummer: 262157 HA RK 17/142
WBP zaaknummer: 258388 HA RK 17/72
Datum uitspraak : 26 juli 2017
BESLISSINGop het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), ingediend door:
[verzoeker]
[woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker.

1.PROCESVERLOOP

1.1.
Verzoeker heeft bij faxbrief van 18 juli 2017 een verzoek gedaan tot wraking van de rechter mr. L.J. Saarloos in diens hoedanigheid van fungerend voorzitter van de wrakingskamer van deze rechtbank.
1.2.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten opnieuw geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

2.1.
Verzoeker heeft het verzoek ingediend wegens het niet kunnen controleren van objectief handelen in een volgens verzoeker thans aanhangig wrakingsverzoek.
2.2
De nadere onderbouwing van dit verzoek houdt in dat het gaat om een niet in het openbaar door mr. Saarloos – hierna te noemen: de rechter – behandeld wrakingsverzoek waaruit een beslissing is voortgevloeid, op grond waarvan deze beslissing nietig is op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Verzoeker wenst zijn verzoek van 25 juni j.l. te hervatten.
2.3.
Uit het bovenstaande blijkt dat verzoeker zich niet kan vinden in een door de rechter gegeven beslissing op een eerder wrakingsverzoek.
Kennelijk heeft verzoeker het oog op de beslissing welke door de rechter op 26 juni is genomen op het wrakingsverzoek dat door verzoeker in de hoofdzaak met het hierboven genoemde zaaknummer is ingediend bij brief, gedateerd op 25 juni j.l.
Onder verwijzing naar paragraaf 4.4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, in samenhang met de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt,
stelt de wrakingskamer voorop dat een wrakingsverzoek kan worden ingediend in elke stand van de procedure mits vóór de einduitspraak.
Het onderhavige verzoek voldoet hieraan niet. Immers, bovengenoemd wrakingsverzoek is niet aanhangig, nu hierop bij einduitspraak is beslist.
Hieraan doet niet af dat verzoeker de wens heeft om zijn eerdere verzoek te hervatten. Immers, dit voorgenomen verzoek is feitelijk niet aanhangig en
indiening ligt ook niet voor de hand, aangezien zowel in bovengenoemde beslissing – door toepassing van de misbruikclausule – als in de wet (artikel 37 lid 4 Rv Pro) is bepaald dat een zodanig volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen.
Gelet hierop zal ook het onderhavige verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk buiten behandeling worden gesteld.
2.3.
Ten overvloede merkt de wrakingskamer nog het volgende op.
Verzoeker heeft betoogd dat de beslissing van de rechter nietig zou zijn op grond van het bepaalde in artikel 5 lid 1 RO Pro.
Die bepaling ziet niet op behandeling van de zaak maar op de uitspraak.
Nu is het bij wrakingsuitspraken zo dat deze niet slechts geacht moeten worden te zijn uitgesproken ter openbare terechtzitting, zoals blijkt uit de bestreden beslissing van 26 juni j.l., maar dat deze ingevolge vast beleid ook alle gepubliceerd worden op rechtspraak.nl. Dat zal ook met meergenoemde beslissing gebeuren.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt ook dit verzoek tot wraking buiten behandeling;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 26 juli 2017.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.