ECLI:NL:RBNHO:2017:6453
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorzieningen en proceskostenveroordeling in echtscheidingsprocedure
In deze zaak gaat het om het derde verzoek van de man tot wijziging van voorlopige voorzieningen met betrekking tot het gebruik van de echtelijke woning tijdens de echtscheidingsprocedure. De rechtbank heeft eerder bepaald dat de man tot 1 juni 2017 exclusief gebruiksrecht had, waarna dit recht aan de vrouw zou toekomen. De man verzocht om verlenging van zijn exclusieve gebruiksrecht na 1 juni 2017.
De vrouw diende een verweerschrift in met zelfstandige verzoeken, waaronder dat de man de woning binnen drie dagen na betekening van een eerdere beschikking zou moeten verlaten en dat hij in de proceskosten zou worden veroordeeld. De man trok zijn verzoek in nadat zijn nieuwe advocaat niet kon verschijnen, terwijl hij zelf ook had kunnen komen met advies of een schriftelijk stuk.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vrouw om ontruiming van de woning niet kon worden toegewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag. Wel werd de man veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, omdat hij zijn verzoek onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en de gevolgen voor de vrouw onvoldoende had meegewogen. De proceskosten werden vastgesteld op €904 aan salaris advocaat, met terugbetaling van ten onrechte betaalde griffierechten.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw en het verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen wordt afgewezen.