ECLI:NL:RBNHO:2017:6509
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands of Russisch recht op partnerbijdrage na echtscheiding
De rechtbank Noord-Holland behandelde een geschil over de toepasselijkheid van Nederlands of Russisch recht op een verzoek tot vaststelling van een partnerbijdrage na echtscheiding. De vrouw, woonachtig in Rusland, verzocht om toepassing van Nederlands recht, stellende dat dit recht nauwer verbonden is met het huwelijk vanwege diverse factoren zoals de huwelijksvoltrekking en woonplaats van partijen in Nederland.
De man betwistte dit en stelde dat het recht van de gewone verblijfplaats van de vrouw, namelijk Russisch recht, van toepassing is. Hij voerde aan dat de vrouw slechts korte verblijven in Nederland had en dat het Russische recht slechts in uitzonderlijke gevallen partnerbijdragen kent.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats in Nederland en dat het Nederlandse recht niet nauwer verbonden is met het huwelijk dan het Russische recht. Het beroep op het Haags Alimentatieprotocol werd daarom verworpen.
Ook het subsidiaire beroep op het Russische familierecht werd afgewezen omdat dit betrekking heeft op onderhoudsverplichtingen jegens minderjarige kinderen, hetgeen niet aan de orde was.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een partnerbijdrage af en bevestigde dat Russisch recht van toepassing is op deze kwestie.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een partnerbijdrage werd afgewezen omdat Russisch recht van toepassing is.