ECLI:NL:RBNHO:2017:6726

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
8 augustus 2017
Zaaknummer
15/760073-16
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor vervaardigen, bezitten en verspreiden kinderporno door filmen seksuele handelingen minderjarigen

In de zomer van 2015 filmde verdachte met zijn mobiele telefoon seksuele handelingen tussen een veertienjarig meisje en een zestienjarige jongen in een bosje bij een kerk. Verdachte verspreidde het filmpje via een groepsapp, waarna het door meerdere personen in de omgeving werd gezien en verder verspreid werd.

De rechtbank achtte op basis van verklaringen van het slachtoffer en medeverdachte, alsmede een tweede filmpje, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het filmpje had gemaakt, bezeten en verspreid. De verdediging pleitte voor vrijspraak, maar dit werd verworpen.

De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar is en dat verdachte strafbaar is, zonder strafuitsluitingsgronden. Gelet op de ernst van het feit, de gevolgen voor de betrokkenen en het intellectuele profiel van verdachte, legde de rechtbank een taakstraf van 20 uur leerstraf op. Bij niet nakoming volgt 10 dagen jeugddetentie.

Verdachte gaf geen verklaring over zijn beweegredenen en toonde geen berouw. De rechtbank hield rekening met de jeugdige onbezonnenheid en het disharmonisch intelligentieprofiel van verdachte. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer jeugdstrafzaken van de Rechtbank Noord-Holland op 11 juli 2017.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 uur leerstraf met vervangende jeugddetentie van 10 dagen bij niet nakoming wegens vervaardigen, bezit en verspreiding van kinderporno.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
Locatie Haarlem
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 15/760073-16 (P)
Uitspraakdatum: 11 juli 2017
Tegenspraak
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 27 juni 2017 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende op het adres [adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S. Sleeswijk Visser en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J. Gravesteijn, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 23 november 2015 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens (een) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een telefoon) bevattende (een) afbeelding(en)
- heeft vervaardigd en/of
- heeft verspreid en/of
- in bezit heeft gehad
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het brengen/houden van (een) penis(sen) in de mond van [naam] .

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
3.2.
Standpunt van de verdedigingDe verdediging heeft gepleit voor vrijspraak.
3.3.
Redengevende feiten en omstandigheden [1]
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.
In de zomer van 2015 heeft de toen veertienjarige [naam] , geboren op [geboortedatum] , in de bosjes bij de hervormde kerk in [plaats] seksueel contact gehad met medeverdachte [medeverdachte] door deze te pijpen. [2] Verdachte was hierbij aanwezig en heeft de seksuele handelingen met zijn mobiele telefoon gefilmd. Achteraf heeft hij de beelden aan iemand gestuurd. [medeverdachte] heeft aan verdachte gevraagd of hij het filmpje had verwijderd en heeft te horen gekregen dat dit zo was. Daarna heeft [medeverdachte] tweemaal van anderen gehoord dat zij het filmpje hadden gezien, waarvan eenmaal maanden na het voorval. [3] Op enig moment heeft een bekende van [naam] het filmpje onder ogen gekregen, waarop te zien is dat [naam] op haar knieën zit en een jongen pijpt. Deze getuige heeft de jongen op het filmpje herkend. [4]
3.4.
Bewijsoverweging
De rechtbank acht wettig en ook overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest, die het pijpen van medeverdachte [medeverdachte] door [naam] heeft gefilmd en baseert zich daarbij op met name de verklaringen van [naam] en [medeverdachte] , in onderlinge samenhang bezien. Hoewel [naam] blijkens haar verklaring op momenten lijkt te twijfelen en in verwarring lijkt te zijn gebracht door de het filmpje dat zij heeft gezien bij de politie waarop verdachte te zien is waardoor het lijkt alsof hij niet heeft kunnen filmen, vindt haar verklaring op de relevante punten voldoende steun in de overige bewijsmiddelen, met name de verklaring van [medeverdachte] . Hij is er in zijn verklaring immers volkomen duidelijk over dat verdachte hem en [naam] heeft gefilmd. Van een unus testissituatie, zoals de raadsman van verdachte heeft betoogd, is derhalve geen sprake.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat zij haar overtuiging dat verdachte het feit heeft begaan, tevens ontleent aan een tweede filmpje dat in [plaats] in omloop is geweest. Op deze beelden is te zien dat [naam] medeverdachte [medeverdachte] pijpt en is verdachte in beeld met in zijn hand een telefoon waar hij evident niet mee aan het bellen is.
3.5.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 23 november 2015 te [plaats] , afbeeldingen
- heeft vervaardigd en
- heeft verspreid en
- in bezit heeft gehad,
terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke seksuele gedragingen bestonden uit het brengen/houden van een penis in de mond van [naam] .
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:
Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een leerstraf [leerstraf] van 20 uur.
6.2.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte met zijn mobiele telefoon heeft gefilmd dat een meisje van veertien jaar een jongen van zestien pijpte. Vervolgens heeft hij dit filmpje via een groepsapp waar een beperkte groep jongeren deel van uitmaakte verspreid zodat verschillende mensen in de omgeving van de betrokkenen het filmpje hebben gezien. Het filmpje is, toen het eenmaal op internet was beland, verder verspreid en hierover veel lijkt te zijn gesproken in [plaats] . Met het verspreiden van het filmpje binnen de groepsapp heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno. Dit betreft een feit met grote consequenties voor de betrokkenen, omdat zij gedurende langere tijd geconfronteerd kunnen worden met de beelden en mensen die deze hebben gezien.
Verdachte heeft geen verklaring willen geven over zijn handelen, zodat onduidelijk blijft wat de beweegreden is geweest voor verdachte om het filmpje op internet te plaatsen. In elk geval heeft verdachte heeft geen rekening gehouden met de gevoeligheid van de beelden van twee minderjarigen die seksuele handelingen plegen.
Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het Uittreksel Justitiële Documentatie op naam van verdachte, gedateerd 7 juni 2017, waaruit blijkt dat verdachte eerder als verdachte is aangemerkt en
- de voorlichtingsrapporten over verdachte van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) gedateerd 15 november 2016 en 13 juni 2017.
In het laatste rapport van de Raad wordt overwogen dat er zorgen zijn over de geestelijke gezondheid en de houding van verdachte, die met name veroorzaakt worden door het verschil tussen het performale en verbale IQ. Verder wordt overwogen dat de oorzaak van het seksueel delict mogelijk vooral situationeel bepaald lijkt. Er is geen sprake van agressie en/of seksuele impulsdoorbraken. Verantwoording nemen, denkfouten, begrip van risicofactoren, inlevingsvermogen en het kunnen toepassen van terugvalpreventiestrategieën lijken met name aandachtspunten. De Raad adviseert, mocht het tot een strafoplegging komen, een taakstraf op te leggen in de vorm van een leerstraf [leerstraf]
Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door zijn proceshouding geen openheid van zaken heeft gegeven en niet heeft laten blijken in te zien verkeerd te hebben gehandeld.
De rechtbank houdt ten slotte ook rekening met het feit dat de beelden lijken te zijn gemaakt en de gefilmde seksuele handeling lijken te zijn gepleegd in een sfeer van jeugdige onnadenkendheid in combinatie met voormelde constatering van de Raad dat [verdachte] een disharmonisch intelligentieprofiel heeft, waardoor hij mogelijk sociale situaties verkeerd inschat.
Alles afwegende is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een leerstraf [leerstraf] van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

7.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
63, 77a, 77g, 77m, 77n, 240b van het Wetboek van Strafrecht,
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een
taakstrafvoor de duur van
20 uren, in de vorm van de
leerstraf [leerstraf] regulier, aangeboden door of namens de Raad voor de Kinderbescherming, welke leerstraf bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan wordt vervangen door 10 dagen jeugddetentie.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.Th. Goossens, voorzitter,
mr. B.M.A. Bataille en mr. R. van der Heijden, rechters, allen tevens kinderrechter,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juli 2017.

Voetnoten

1.De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
2.Proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 3 februari 2016 (dossierpagina 166); proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] d.d. 1 maart 2016 (dossierpagina 188); proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 9 mei (dossierpagina 103, tweede helft).
3.Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] d.d. 1 maart 2016 (dossierpagina 190); proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] d.d. 10 mei 2016 (dossierpagina 110, onderste twee regels en dossierpagina 111, 4e en 7e alinea en 4e alinea van onder); proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] d.d. 9 mei 2016 (dossierpagina 103, onderaan, dossierpagina 104, 2e helft en dossierpagina 105, 2e alinea).
4.Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 6 april 2016 (dossierpagina 223, onderste alinea en dossierpagina 225, halverwege).