ECLI:NL:RBNHO:2017:6776
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bijstand aan Unieburgers met behoud van werknemer/zelfstandige status
Verzoekers, beiden Britse Unieburgers, vroegen bijstand op grond van de Participatiewet aan met ingang van 16 maart 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar wees de aanvraag af omdat verzoekers volgens hen werkzoekende Unieburgers zijn zonder recht op bijstand. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker 1 aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar status als werknemer of zelfstandige heeft behouden, doordat zij tot 15 maart 2017 haar moeder verzorgde en daarvoor een persoonsgebonden budget ontving, wat neerkomt op ten minste één jaar gewerkt hebben. Hierdoor is zij niet uitgesloten van bijstand volgens de richtlijn 2004/38/EG en de Participatiewet.
De kinderen van verzoekers worden als familieleden beschouwd en kunnen daarom ook aanspraak maken op bijstand. Verzoeker 2 verbleef echter korter dan drie maanden in Nederland en kan daarom nog niet als rechthebbende worden gezien. De voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder voorschotten op bijstand moet verstrekken aan verzoeker 1 en de kinderen, maar wijst het verzoek van verzoeker 2 af.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is bindend als voorlopige voorziening tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Verweerder moet voorschotten op bijstand verstrekken aan verzoeker 1 en de kinderen tot zes weken na beslissing op bezwaar.