ECLI:NL:RBNHO:2017:6888
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverleningstraject wegens niet saneerbare boete
Eiseres had een schuldhulpverleningstraject bij de gemeente Velsen, dat door het college werd beëindigd omdat een openstaande schadevergoedingsmaatregel werd aangemerkt als een niet saneerbare boete. Eiseres betoogde dat het openstaande bedrag niet tot beëindiging mocht leiden en dat het CJIB gedwongen kon worden mee te werken aan een minnelijk traject. Verweerder stelde dat het traject geen kans van slagen had zolang de niet saneerbare vordering openstond en verwees naar richtlijnen van de NVVK en een convenant met het CJIB.
De rechtbank stelde vast dat het openstaande bedrag inderdaad een niet saneerbare vordering betrof, zoals bevestigd door het CJIB. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op de vaste gedragslijn kon baseren om het traject te beëindigen, ook al was deze gedragslijn niet vastgelegd in beleidsregels. Het feit dat het bedrag een verhoging was wegens niet tijdige betaling deed hieraan niet af.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het schuldhulpverleningstraject wordt ongegrond verklaard.