ECLI:NL:RBNHO:2017:7281
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Lening aan vennootschap kwalificeert niet als ondernemingsvermogen voor belastingdoeleinden
Eiseres, die een eenmanszaak exploiteert in arbeidsbemiddeling, verstrekte in 2011 een lening van €36.000 aan een vennootschap onder firma. De lening werd later herzien met gewijzigde voorwaarden. Eiseres wilde een deel van deze vordering als oninbaar afwaarderen ten laste van haar belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1).
De Belastingdienst handhaafde de aanslag inkomstenbelasting 2013, waarop eiseres beroep instelde. De rechtbank onderzocht of de lening tot het ondernemingsvermogen behoorde. Uit de feiten bleek dat de lening niet in de onderneming was opgenomen, betalingen op de privérekening van eiseres plaatsvonden en de lening uit vriendschap was verstrekt.
De rechtbank concludeerde dat de lening tot het privévermogen behoort en dat afwaardering ten laste van box 1 niet aan de orde is. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een herziening van de kwalificatie rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en kwalificeert de lening als privévermogen, waardoor afwaardering ten laste van box 1 niet mogelijk is.