Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2017 in de zaken tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
1 september 2017 uitspraak op de bezwaren tegen de boetes is gedaan en dat daarmee de uitspraken op bezwaar zijn gecompleteerd. De boetes zijn volgens verweerder passend en geboden. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat in de motivering van de uitspraken op bezwaar van 12 december 2016 wordt verwezen naar een eerdere brief van verweerder van 19 juli 2016. In deze laatstgenoemde brief staat dat onder meer rekening zou worden gehouden met een strafmatigende omstandigheid. Gelet op het voorgaande en alles bij elkaar genomen, mocht eiseres menen dat de boetes waren teruggenomen. Door pas de dag voor de zitting te stellen dat dit niet het geval is, handelt verweerder zodanig in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel dat de boetebeschikkingen moeten worden vernietigd.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond, voor zover die betrekking hebben op de heffingsrente dan wel belastingrente en de boetebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 6 januari 2017 voor zover betrekking hebbend op de heffingsrente dan wel de belastingrente;
- vermindert de heffingsrente tot een bedrag van € 3.364 (HAA 17/1058),
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 1 september 2017;
- vernietigt de boetebeschikkingen en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar van 1 september 2017;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.
mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 september 2017.