Op 23 september 2014 werd verdachte aangehouden op de Rijksweg A4 te Nieuw-Vennep tijdens een verkeerscontrole. In zijn auto werd een plastic tas met ongeveer 3019 gram opium aangetroffen. Verdachte ontkende aanvankelijk kennis te hebben van de aanwezigheid van de opium en stelde dat een kennis de auto kort daarvoor had gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk de opium in zijn auto had en verwierp het verweer dat hij niet op de hoogte was van de drugs. De verklaring over een vriend die de tas in de auto zou hebben achtergelaten werd als ongeloofwaardig beoordeeld. Het NFI bevestigde dat de aangetroffen stof opium betrof.
Gezien de hoeveelheid en de aard van de stof achtte de rechtbank het bewezen dat de opium bestemd was voor handel. Verdachte had eerder veroordelingen voor soortgelijke delicten, zij het lang geleden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 8 maanden en een geldboete van €10.000 op, waarbij rekening werd gehouden met het tijdsverloop.