ECLI:NL:RBNHO:2017:8275
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde van bedrijfspand bij staking onderneming en gevolgen voor belastingaanslag
Eiser, die een eenmanszaak exploiteerde in een hotelpand, gaf in zijn belastingaangifte voor het jaar 2011 de waarde van het bedrijfspand op 85% van de WOZ-waarde, wat aanzienlijk lager was dan de marktwaarde volgens taxatierapporten van verweerder. Na staking van de onderneming werd het pand verhuurd tegen een huurprijs die niet strookte met de lage waardering.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet de vereiste aangifte had gedaan, omdat het verschil tussen de opgegeven waarde en de werkelijke waarde materieel en relatief aanzienlijk was. Dit leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport en vergelijkbare verkochte hotels in de omgeving.
De rechtbank verwierp de door eiser overgelegde taxatierapporten wegens gebrek aan onderbouwing en concludeerde dat de aanslag niet te hoog was vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat de waardering van verweerder niet willekeurig of onredelijk was, mede gelet op de staat van onderhoud en huurvoorwaarden.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslag wordt gehandhaafd.