Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 oktober 2017 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
€ 85.947.
[A BEDRIJF] B.V. opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting 2008 en 2009.
HAA 15/5186) ter zitting ingetrokken en hierbij verzocht om een proceskostenveroordeling.
Overwegingen
Correctie: Hoger inkomen uit aanmerkelijk belang box 2 € 238.165 + € 28.877 (omzetbelasting) = € 267.042”
“3.2.2008
€ 267.042
1 mei 2010, diende de navorderingsaanslag gelet op het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de AWR, te worden vastgesteld voor 31 januari 2015. De navorderingsaanslag IB/PVV 2008 is gedagtekend op 13 december 2014, zodat deze tijdig is vastgesteld.
[A BEDRIJF] B.V., kan de rechtbank hem niet volgen. In de zaken HAA 15/5183 en HAA 15/5184 is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat eiser dient te worden aangemerkt als middellijk aandeelhouder van [A BEDRIJF] B.V. Dit oordeel heeft eveneens te gelden voor de inkomstenbelasting.
HAA 15/5187 gegrond zal worden verklaard.
HAA 15/5186 en HAA 15/5187 dienen deze op de voet van artikel 3 van Pro het Besluit te worden beschouwd als één zaak.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer HAA 15/5187 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- handhaaft de navorderingsaanslag IB/PVV 2008, vernietigt de vergrijpboete en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar, en
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in de beroepen met zaaknummers HAA 15/5186 en HAA 15/5187 tot een bedrag van € 1.236.
mr. G.H. de Soeten, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.