Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2017 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil5. In geschil is of het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, houdt partijen verdeeld of verweerder terecht heeft geheven over de pensioeninkomsten. In het bijzonder gaat het om de vraag of de overgangsregeling van toepassing is.
ontvingen. Er wordt niet gesproken over betalingen. Het oude verdrag wijst de heffing toe aan het Verenigd Koninkrijk.
.Niettegenstaande het tweede lid van dit artikel en de bepalingen van de artikelen 17 en 21 van dit Verdrag, indien een natuurlijke persoon onmiddellijk voor de inwerkingtreding van dit Verdrag betalingen ontving waarop artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van het eerdere Verdrag van toepassing is, kan deze natuurlijke persoon besluiten dat de bepalingen van artikel 19, tweede lid, onderdeel a, en artikel 22 van Pro het eerdere Verdrag van toepassing blijven op deze betalingen.
.a Pensioenen, betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam, mogen in die Staat worden belast.