ECLI:NL:RBNHO:2017:9105
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de pseudo-eindheffing crisisheffing in loonbelasting 2014
Eiseres, een naamloze vennootschap binnen de beleggingsbranche, maakte bezwaar tegen de afdracht van de crisisheffing (pseudo-eindheffing hoog loon) over 2014. De rechtbank beoordeelde of deze heffing in strijd was met het systeem van de Wet op de loonbelasting 1964, het Eerste Protocol bij het EVRM en het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
De rechtbank verwijst naar arresten van de Hoge Raad van 29 januari 2016, waarin is vastgesteld dat artikel 32bd van de Wet een voldoende wettelijke basis biedt voor de crisisheffing en dat deze niet onverbindend is. Ook is geoordeeld dat de heffing niet discriminerend is en geen schending vormt van het eigendomsrecht onder het Eerste Protocol EVRM, mits er een fair balance is tussen individuele belangen en het algemene belang.
Eiseres stelde dat de crisisheffing een individuele en buitensporige last vormt, mede door vermeende terugwerkende kracht en onvoorzienbaarheid. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende feiten heeft aangevoerd om dit te onderbouwen en dat eerdere jurisprudentie deze stelling niet ondersteunt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de crisisheffing 2014 wordt ongegrond verklaard.