Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2017 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers,
[derde belanghebbende], te [woonplaats] .
Rechtbank Noord-Holland
Eisers verzochten de gemeente Hollands Kroon om maatwerkvoorschriften te stellen voor twee windturbines vanwege cumulatie van geluid. De gemeente wees dit verzoek af op grond van artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer, stellende dat de geluidsnormen niet werden overschreden. Eisers stelden dat het akoestisch onderzoek onjuist was, omdat het was gebaseerd op gegevens van een ander type windturbine en theoretische gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van gegevens van een ander type windturbine toegestaan is mits aannemelijk is dat dit niet leidt tot andere resultaten. De gemeente had dit echter onvoldoende onderbouwd met concrete, objectieve gegevens. Het beroep van eisers was gegrond wegens strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro). De rechtbank liet het beroep op andere gronden buiten beschouwing omdat deze reeds onherroepelijk waren.
Ondanks de vernietiging van het besluit, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat een nieuw rapport aantoonde dat de geluidsnormen worden nageleefd. Eisers kregen hun griffierecht vergoed, maar er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 7 november 2017.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek om maatwerkvoorschriften werd vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen bleven in stand.