Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van een toelaatbaarheidsverklaring voortgezet speciaal onderwijs voor hun kind en verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2, 3:9 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De procedure rondom de aanvraag van de toelaatbaarheidsverklaring voldeed niet aan de vereiste criteria, met name ontbrak een volledig multidisciplinair overleg (MDO-T) met alle betrokken deskundigen en was onduidelijkheid over het advies van de TVO-commissie. Hierdoor was niet voldoende inzichtelijk waarom het besluit tot toewijzing was genomen.
Gezien het spoedeisend belang van verzoekers, die hun kind vanaf het begin van het schooljaar thuis hebben zitten, en de onzekerheid over de juiste procedure, werd het bestreden besluit geschorst tot beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.