Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het verkeersbesluit van 18 november 2016 en de omgevingsvergunning van 8 december 2016 voor de herinrichting van het stationsgebied in Den Helder. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker sub 2 niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat hij geen eigenaar of zakelijk gerechtigde is van de watertoren, hetgeen essentieel is voor belanghebbendheid.
De rechtbank stelt vast dat de omgevingsvergunning is verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan Julianaplein 1979, waarbij verweerder beleidsvrijheid heeft en de rechter terughoudend moet toetsen of de vergunning redelijkerwijs kon worden verleend. Ook het verkeersbesluit is met ruime beoordelingsruimte genomen, waarbij de rechter slechts toetst op redelijkheid en wettelijke voorschriften.
Verzoekers stelden dat de communicatie over de vergunning onzorgvuldig was en dat het bestemmingsplan onjuist werd toegepast, maar de voorzieningenrechter achtte inspraak voldoende gewaarborgd en wees bezwaar tegen het bestemmingsplan af. Ook de vermeende aantasting van het wederopbouwkarakter en verkeersveiligheidszorgen werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder zich redelijk heeft kunnen opstellen en dat er geen aanleiding is voor een voorlopige voorziening. De verzoeken worden afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen het verkeersbesluit en de omgevingsvergunning worden afgewezen.