ECLI:NL:RBNHO:2018:10240
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aflossingscapaciteit UWV rekening houdend met beslagvrije voet
Eiser heeft een schuld van €24.180,04 aan het UWV en betwist dat het maandelijkse aflossingsbedrag van €286,47 passend is gezien zijn financiële situatie. Hij voert aan dat hij met een gezin van zes personen en zorg voor een meerjarige zoon, alsmede een partner in wettelijke schuldsanering, niet rond kan komen met het vastgestelde bedrag.
De rechtbank stelt vast dat het UWV bij de berekening van de aflossingscapaciteit een beslagvrije voet van €1.268,38 heeft gehanteerd, gebaseerd op 90% van de bijstandsnorm, en daarbij normbedragen voor zorgverzekering en woonlasten heeft opgeteld. Het UWV heeft een netto inkomen van €2.331,00 per maand als uitgangspunt genomen, wat leidt tot een aflossingscapaciteit van €572,93. Uit coulance is het aflossingsbedrag lager vastgesteld op €286,47.
De rechtbank concludeert dat het UWV hiermee voldoende rekening heeft gehouden met de financiële situatie van eiser en ziet geen aanleiding het aflossingsbedrag te verlagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het door het UWV vastgestelde aflossingsbedrag wordt ongegrond verklaard.