ECLI:NL:RBNHO:2018:10241
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opvolgende dienstbetrekkingen voor dagloonberekening Ziektewet
Eiser was in twee periodes in dienst bij hetzelfde uitzendbureau met een onderbreking van ongeveer drie weken waarin hij niet werkte. Hij meldde zich ziek op 31 januari 2017 en kreeg vanaf 20 maart 2017 een Ziektewetuitkering. Het geschil betrof de berekening van het dagloon waarop de uitkering is gebaseerd.
Eiser stelde dat alleen het loon vanaf 19 december 2016 meegenomen moest worden omdat er geen sprake was van direct opvolgende dienstbetrekkingen. Verweerder stelde dat de onderbreking zonder werkloosheidsuitkering niet leidde tot het verbreken van de inkomstenverhouding en dat het dagloon daarom vanaf 22 augustus 2016 berekend moest worden.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van één inkomstenverhouding en dat de dienstbetrekkingen elkaar opvolgden binnen zes maanden, conform artikel 12c, derde lid, van het Dagloonbesluit en artikel 691 lid 3 van Pro Boek 7 BW. De door verweerder overgelegde Suwinet-informatie werd door eiser niet langer betwist. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit over de dagloonberekening wordt ongegrond verklaard.