Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
De rechtbank ziet geen aanleiding de tevens gevorderde bijzondere voorwaarde van een meldplicht op te leggen, nu de reclassering heeft gesteld dat een eerder reclasseringstoezicht moeizaam is verlopen, verdachte louter afsprakentrouw is gelet op de mogelijke gevolgen van het zich niet conformeren aan de voorwaarden en de kans op het realiseren van gedragsbeïnvloeding zeer gering wordt geacht.
Ter terechtzitting van 13 november 2018, zijnde de datum van inhoudelijke behandeling, is deze beslissing verlengd tot heden. Deze beslissing is niet afzonderlijk geminuteerd, maar vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting.
De rechtbank constateert dat de schorsing van de voorlopige hechtenis op grond van het bovenstaande is beëindigd.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 (dertig) maanden.
6 (zes) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
(3) drie jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever 1] , [geboortedatum] , [aangever 2] , [geboortedatum] , [aangever 3] , [geboortedatum] , [aangever 4] , [geboortedatum] , [aangever 5] , [geboortedatum] ;
- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in [straatnaam] te Alkmaar.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[aangever 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 330,00 (driehonderddertig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 330,00 (driehonderddertig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
6 (zes) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[aangever 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 330,00 (driehonderddertig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 330,00 (driehonderddertig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
6 (zes) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[aangever 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 47,87 (zevenenveertig euro en drieëntachtig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
[aangever 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[aangever 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[aangever 5]geleden schade tot een bedrag van
€ 8.304,53 (achtduizend driehonderdvier euro en drieënvijftig cent), bestaande uit € 304,53 (driehonderdvier euro en drieënvijftig cent) als vergoeding voor de materiële en € 8.000,00 (achtduizend euro) als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 5]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 8.304,53 (achtduizend driehonderdvier euro en drieënvijftig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
76 (zesenzeventig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.