ECLI:NL:RBNHO:2018:10295
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap en gerechtelijke vaststelling ouderschap
Verzoekster, geboren binnen het huwelijk van haar moeder en een man die juridisch als vader staat geregistreerd, verzoekt ontkenning van dit vaderschap en vaststelling van het ouderschap van haar biologische vader. De juridische vader was niet op de hoogte van zijn vaderschap en ondersteunt het verzoek, evenals de moeder en de beoogd biologische vader.
De rechtbank beoordeelt eerst de bevoegdheid en toepasselijkheid van het recht. Omdat de moeder en de juridische vader de Turkse nationaliteit delen, is Turks recht van toepassing op het ontstaan van de familierechtelijke betrekkingen. Volgens Turks recht is het verzoek tot ontkenning te laat ingediend. Ook volgens Nederlands recht is het verzoek te laat, aangezien het na de wettelijke termijn is ingediend.
Echter, de rechtbank weegt het belang van verzoekster op grond van artikel 8 EVRM Pro (recht op respect voor familie- en gezinsleven) zwaarder dan het algemene belang van rechtszekerheid. Omdat niemand wordt geschaad en alle betrokkenen het verzoek ondersteunen, wordt het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toegewezen. Tevens wordt het ouderschap van de biologische vader vastgesteld onder de opschortende voorwaarde dat de ontkenning van het juridische vaderschap in kracht van gewijsde gaat.
De rechtbank draagt op dat de beschikking aan de burgerlijke stand wordt gezonden en wijst het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot ontkenning van het juridische vaderschap toe en stelt het ouderschap van de biologische vader vast onder opschortende voorwaarde.