Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] d.d. 1 augustus 2018 (dossierpagina’s 30-32);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 1 augustus 2018 (dossierpagina’s 65-66);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen identificatie verdachte, met daarin opgenomen een beschrijving van de camerabeelden d.d. 3 augustus 2018 (dossierpagina’s 140-149);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal uitlezen GSM d.d. 8 augustus 2018 (dossierpagina’s 188-191 en 198-203).
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] d.d. 2 augustus 2018 (dossierpagina 70-71);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 3 augustus 2018 (dossierpagina’s 82-110);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal uitlezen GSM d.d. 8 augustus 2018 (dossierpagina’s 184-186)
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie(s)
7.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
benadeelde partij [benadeelde partij 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 5.849,54 ingediend tegen verdachte, bestaande uit materiële schade van € 4.099,54,- en immateriële schade € 1750,- die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
benadeelde partij [benadeelde partij 2]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1600,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
TWINTIG (20) MAANDEN.
ACHT (8) MAANDEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
Locatieverbod
HONDERDTWINTIG (120) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door zestig (60) dagen hechtenis.