Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 november 2018 in de zaak tussen
[X] , te [Z] , eiseres,
het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, hierna verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Geschil en standpunt van partijen3. Partijen houdt verdeeld de vraag of delen van het object in hoofdzaak dienen tot woning dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden en de daaraan toe te kennen waarde. In directe samenhang is de vraag aan de orde of het niet-woningtarief van toepassing is. De totaalwaarde van het object van € 6.170.000 en daarmee ook de heffingsgrondslag voor de aanslag OZB-eigenaren is tussen partijen niet in geschil.
hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zakenis vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.”
artikel 220cwordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelasting bedoeld in
artikel 220, onderdeel a, buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.”