ECLI:NL:RBNHO:2018:10493
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag en teruggave geldbedrag aan veroordeelde wegens onwaarschijnlijkheid geldboete
Klaagster verzocht op 14 september 2018 om opheffing van het beslag op een geldbedrag van €1.000 dat op 25 juli 2018 in beslag was genomen. Het beslag was gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro en later conservatoir bevestigd. Tijdens de strafzaak op 19 november 2018 werd klaagster veroordeeld tot 37 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijke overtreding van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet.
De officier van justitie stelde dat klaagster niet ontvankelijk was in haar klaagschrift omdat de strafzaak gelijktijdig werd behandeld, en verzette zich tegen teruggave van het geld omdat een geldboete mogelijk zou worden opgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat klaagster ontvankelijk was en dat de gelijktijdige behandeling geen bezwaar vormde.
De rechtbank overwoog dat in vergelijkbare zaken tegen drugskoeriers vrijwel altijd gevangenisstraffen worden opgelegd en dat het opleggen van een geldboete hoogst onwaarschijnlijk is. Gezien de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat een geldboete wordt opgelegd.
Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard, het beslag opgeheven en de teruggave van €1.000 aan klaagster gelast. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor de officier van justitie.
Uitkomst: Het beslag op €1.000 wordt opgeheven en het bedrag wordt aan klaagster teruggegeven.