Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Kijk op [website] .”
De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aangevers zijn bewogen tot afgifte van de telkens primair ten laste gelegde geldbedragen. Dat verdachte een deel van deze geldbedragen als leefgeld heeft terugbetaald aan de aangevers, alsmede ten behoeve van aangever [benadeelde 3] een rekening van UPC, doet daar niets aan af.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
De slachtoffers hebben hun salaris / uitkering laten storten op de rekening van de vader van verdachte, over welke rekening verdachte de beschikking had. Verdachte, die handelde zonder AFM vergunning en zich niet had aangemeld bij de brancheorganisatie NVVK, heeft vervolgens niet gewerkt aan schuldbemiddeling of aflossing van schulden. Kennelijk om de schijn van een bonafide ondernemer op te houden, stortte verdachte af en toe leefgeld op de rekeningen van de slachtoffers. Verdachte wist hiermee het vertrouwen van zijn slachtoffers te behouden en heeft dit vertrouwen vervolgens ernstig misbruikt.
Daarbij ging hij geraffineerd te werk, louter handelend uit winstbejag. Verdachte heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Zij zijn ernstig gedupeerd en zullen mogelijk nog lang de gevolgen ondervinden van hetgeen verdachte hen heeft aangedaan. Deze gevolgen zijn zowel financieel door toegenomen schulden en geld dat zij kwijt zijn, als emotioneel doordat hun vertrouwen diep is beschaamd. De rechtbank rekent het verdachte voorts aan dat hij door zijn handelwijze het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in bedrijven die hun diensten aanbieden op het gebied van schuldbemiddeling, ernstig heeft beschaamd.
In de persoonlijk omstandigheden van verdachte zijn geen aanknopingspunten voor strafmatiging. Slechts de overschrijding van de redelijke termijn is aanleiding om de straf te beperken tot de hoogte van de eis van de officier van justitie.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
De vordering, die door de verdediging niet is betwist, zal derhalve worden toegewezen tot een bedrag van € 1.087,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
Op het schadevergoedingsformulier is geen geldbedrag ingevuld. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij een vordering ingediend van € 807,00. Ter toelichting heeft de benadeelde partij ter terechtzitting aangegeven dat in het kader van een civiele procedure de vader van verdachte, [vader verdachte] , als de tenaamgestelde van het bankrekeningnummer waarnaar de benadeelde partij de bedragen overmaakte, € 50,- per maand moet betalen aan de benadeelde partij, teneinde de door de benadeelde partij gestorte bedragen terug te betalen. De benadeelde partij meent echter dat zij daarnaast nog een bedrag van € 807,00 van verdachte tegoed heeft. Dat bedrag zou haar uitkering over de maand maart 2014 zijn, welke afzonderlijk naar het genoemde bankrekeningnummer zou zijn overgemaakt.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
achttien (18) maanden.
[benadeelde 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.087,11 (zegge: duizend zevenentachtig euro en elf cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.087,11 (zegge: duizend zevenentachtig euro en elf cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
20 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.011,04 (zegge: drieduizend elf euro en vier cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 6]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.011,04 (zegge: drieduizend elf euro en vier cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
40 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 8]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.350,21 (duizend driehonderdvijftig euro en eenentwintig cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 8]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.350,21 (duizend driehonderdvijftig euro en eenentwintig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
23 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.
[benadeelde 9]niet-ontvankelijk in de vordering.