ECLI:NL:RBNHO:2018:10862
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid burgemeester tot afgifte dubbele last tot inbewaringstelling
De burgemeester van een gemeente gaf op 6 december 2018 een last tot inbewaringstelling af voor betrokkene, terwijl een eerdere machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling door de rechtbank nog geldig was tot en met 7 december 2018. De rechtbank constateerde dat de burgemeester op dat moment niet bevoegd was tot het afgeven van een nieuwe last, omdat de Wet Bopz niet voorziet in het opleggen van gelijktijdig geldende maatregelen.
De officier van justitie verzocht op 10 december 2018 om verlenging van de onrechtmatig gegeven last tot inbewaringstelling. De rechtbank oordeelde dat dit verzoek niet-ontvankelijk is omdat de onderliggende last geen wettelijke grondslag had. Tevens bleek tijdens de zitting dat het suïciderisico van betrokkene was geweken en betrokkene bereid was het verblijf vrijwillig voort te zetten.
De rechtbank verklaarde het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling niet-ontvankelijk en benadrukte dat indien voortgezet gedwongen verblijf noodzakelijk was geweest, de officier van justitie tijdig een verzoek om voorlopige machtiging had moeten indienen. Deze uitspraak bevestigt de strikte wettelijke kaders rondom inbewaringstellingen en de bevoegdheden van de burgemeester.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de onrechtmatige last tot inbewaringstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard.