Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2018 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het bij de navorderingsaanslag vastgestelde belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.025.000 bestaat uit het verschil tussen € 3.450.000 (zijnde de door verweerder vastgestelde waarde in het economisch verkeer in verhuurde staat van het woon/winkelpand op 29 november 2006, waarvan € 600.000 voor de woningen en € 2.850.000 voor het winkelpand) en de gehanteerde verkoopprijs van € 2.600.000, vermeerderd met het door eiser ontvangen sleutelgeld van € 175.000.
Bij de vaststelling van de waarde van het winkelpand van € 2.850.000 heeft verweerder de volgende uitgangspunten gehanteerd: