ECLI:NL:RBNHO:2018:11405
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Th.S. Röell
- H.M. van Dam
- M. Goedhuis-Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid in strafzaak
Verzoeker heeft op 16 november 2018 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij zijn strafzaak, omdat hij meent niet adequaat te worden gehoord en omdat de rechter een oordeel zou hebben geveld over camerabeelden zonder deze voldoende te waarderen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 12 december 2018, waarbij verzoeker is gehoord. De rechter en officier van justitie maakten geen gebruik van het spreekrecht. De rechtbank stelt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
De rechtbank oordeelt dat de opmerkingen van de rechter over de bruikbaarheid van de camerabeelden niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Ook het feit dat een beslissing nog genomen moet worden, sluit wraking uit. De feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoert zijn onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken.
Daarom wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af en beveelt zij dat de strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden voor vrees voor partijdigheid.