ECLI:NL:RBNHO:2018:11488
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot buiten behandeling stellen van wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen mr. P.H.B. Littooy, de behandelend kantonrechter in haar strafzaak. Zij stelde dat er sprake zou zijn van een terreurnetwerk binnen de rechtspraak en dat geen onafhankelijke rechter een oordeel over haar zaak kon geven. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van artikel 512 Sv Pro.
De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid geven. Het verzoek van verzoekster bevatte echter geen concrete feiten of omstandigheden die objectief een vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Haar beweringen waren niet gemotiveerd en leken gebaseerd op subjectieve overtuigingen.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld. De wrakingskamer bepaalde dat toekomstige verzoeken zonder nieuwe feiten niet in behandeling worden genomen en dat de strafzaak onverminderd wordt voortgezet. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld wegens gebrek aan gemotiveerde aanwijzingen voor partijdigheid.