ECLI:NL:RBNHO:2018:11583
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat geen rechtsgeldig huwelijk is gesloten tussen partijen en verklaart verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot echtscheiding van de vrouw tegen de man. De kernvraag was of tussen partijen een rechtsgeldig huwelijk tot stand was gekomen volgens het recht van Ethiopië en erkend moest worden in Nederland. De vrouw stelde dat zij gehuwd waren in Ethiopië, terwijl de man dit betwistte en stelde dat zij nooit gehuwd waren. De rechtbank concludeerde dat geen huwelijk door een bevoegde autoriteit was voltrokken en dat ook geen huwelijksverklaring uit Ethiopië was overgelegd. Hierdoor was er geen rechtsgeldig huwelijk tussen partijen.
De rechtbank merkte op dat de vermelding van een huwelijk in de Basisregistratie Personen niet afdoet aan dit oordeel. Tevens werd twijfel geuit over de juistheid van verklaringen afgelegd zonder tolk, terwijl de man geen Nederlands sprak. Omdat er geen huwelijk was, werd het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk verklaard.
De vrouw verzocht daarnaast om het eenhoofdig gezag over het minderjarige kind en een kinderbijdrage van €449 per maand. De rechtbank stelde vast dat de vrouw van rechtswege alleen het gezag had en wees haar verzoek af wegens gebrek aan belang. Ten aanzien van de kinderbijdrage stelde de rechtbank vast dat de man zijn inkomsten stortte op een gezamenlijke bankrekening waar de vrouw over beschikte, zodat de lasten van de woning en de kinderen werden voldaan. Daarom werd het verzoek tot kinderbijdrage afgewezen.
De rechtbank bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt en wees overige verzoeken af. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot echtscheiding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtsgeldig huwelijk; verzoeken tot gezag en kinderbijdrage worden afgewezen.