ECLI:NL:RBNHO:2018:11714

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 december 2018
Publicatiedatum
26 maart 2019
Zaaknummer
7071406 \ CV EXPL 18-5770
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim passagiers wegens buitengewone omstandigheid sluiting luchthaven Bologna

De passagiers vorderden compensatie van KLM Cityhopper wegens vertraging van hun vlucht van Bologna naar Amsterdam op 8 april 2018. KLM Cityhopper verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk de sluiting van de luchthaven Bologna vanwege de ontmanteling van een niet-ontplofte Tweede Wereldoorlog bom.

De rechtbank stelde vast dat de vertraging meer dan drie uur bedroeg, wat in beginsel recht geeft op compensatie volgens Verordening (EG) nr. 261/2004. Echter, KLM Cityhopper kon aantonen dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid die niet voorkomen kon worden ondanks alle redelijke maatregelen.

De rechtbank nam het standpunt van KLM Cityhopper over, mede omdat de passagiers niet op het verweer hadden gereageerd. De vordering werd afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen wegens buitengewone omstandigheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7071406 \ CV EXPL 18-5770
Uitspraakdatum: 19 december 2018
Vonnis in de zaak van:

1.[passagier sub 1], wonende te [woonplaats]

2. [passagier sub 2], wonende te [woonplaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigde mr. R.A. Bos (Flight Claim)
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KLM Cityhopper B.V.
statutair gevestigd te Haarlemmermeer en kantoor houdende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen KLM Cityhopper
gemachtigde mr. G.W. Oreel

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 11 juli 2018 een vordering tegen KLM Cityhopper ingesteld. KLM Cityhopper heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De feiten
1.3.
De passagiers hebben met KLM Cityhopper een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLM Cityhopper de passagiers diende te vervoeren van Bologna naar Amsterdam-Schiphol Airport met vluchtnummer KL 1584 op 8 april 2018 om 13:00 uur lokale tijd, hierna: de vlucht.
1.4.
De vlucht is geannuleerd dan wel met vertraging uitgevoerd.
1.5.
De passagiers hebben compensatie van KLM Cityhopper gevorderd in verband met vertraging.
1.6.
KLM Cityhopper heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.De vordering

2.1.
De passagiers vorderen dat KLM Cityhopper bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum dagvaarding;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
2.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat KLM Cityhopper vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door KLM Cityhopper van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.

3.Het verweer

3.1.
KLM Cityhopper betwist de vordering. Zij voert aan dat er sprake was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. In de omgeving van het vliegveld van Bologna is een nog niet ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Aangezien de bom onschadelijk diende te worden gemaakt is de luchthaven van Bologna op 8 april 2018 gesloten geweest. De ontmanteling van de bom heeft uiteindelijk tot 17:40 uur geduurd. De vlucht maakt deel uit van de rotatie Amsterdam – Bologna- Amsterdam met de vluchtnummers KL1583 en KL1584. De voorafgaande vlucht KL1583 kon vanwege de genoemde omstandigheden niet in Bologna landen en moest uitwijken. De onderhavige vlucht is geannuleerd. Doordat alle vluchten van en naar Bologna moesten worden geannuleerd zaten in de eerste dagen na de heropening van het vliegveld alle vluchten vol. De passagiers zijn omgeboekt naar het eerstvolgende alternatief op 10 april 2018.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat KLM Cityhopper op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien KLM Cityhopper kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Volgens overweging 14 van de considerans van de Verordening kunnen dergelijke omstandigheden zich met name voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.
4.3.
De passagiers stellen dat KLM Cityhopper geen beroep kan doen op een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, aangezien KLM Cityhopper niet voldoende heeft onderbouwd dat de voorafgaande dan wel de onderhavige vlucht te maken heeft gehad met slechte weersomstandigheden.
4.4.
De kantonrechter overweegt dat KLM Cityhopper gemotiveerd verweer heeft gevoerd door met stukken te onderbouwen dat sprake is geweest van een niet ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog die moest worden ontmanteld met als gevolg dat niet alleen de luchthaven van Bologna op 8 april 2018 tot zeker 17:40 uur is gesloten, maar ook dat meer dan 9.000 personen in Bologna geëvacueerd zijn. Daarnaast hebben de passagiers ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet bij repliek gereageerd op het verweer van KLM Cityhopper. De conclusie kan daarom niet anders zijn dan dat de vertraging (volgens de passagiers) of annulering (volgens KLM Cityhopper) het rechtstreeks gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid, namelijk de sluiting van de luchthaven tot 17:40 uur vanwege de ontmanteling van een bom uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van het vliegveld van Bologna. De kantonrechter zal de vordering dan ook afwijzen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgt.
4.6.
Ook de door KLM Cityhopper gevorderde nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLM Cityhopper worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor KLM Cityhopper worden vastgesteld op een bedrag van € 60,00 aan salaris van de gemachtigde van KLM Cityhopper.
5.3.
veroordeelt de passagiers tot betaling van € 30,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLM Cityhopper worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter