De passagiers vorderden compensatie van KLM Cityhopper wegens vertraging van hun vlucht van Bologna naar Amsterdam op 8 april 2018. KLM Cityhopper verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk de sluiting van de luchthaven Bologna vanwege de ontmanteling van een niet-ontplofte Tweede Wereldoorlog bom.
De rechtbank stelde vast dat de vertraging meer dan drie uur bedroeg, wat in beginsel recht geeft op compensatie volgens Verordening (EG) nr. 261/2004. Echter, KLM Cityhopper kon aantonen dat de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid die niet voorkomen kon worden ondanks alle redelijke maatregelen.
De rechtbank nam het standpunt van KLM Cityhopper over, mede omdat de passagiers niet op het verweer hadden gereageerd. De vordering werd afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.