Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2018 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Texel, verweerder
[naam 1] en [naam 2], te
[woonplaats] , gemachtigde: mr. M.H.C. Peters.
Procesverloop
,binnen één maand na dagtekening van het besluit, de erfafscheiding buiten het bouwvlak (voor de voorgevelrooilijn) te verwijderen of terug te brengen tot een hoogte van maximaal 1 meter en voorts de geplaatste hooibalen te verwijderen, op straffe van een dwangsom van
€ 250,- per dag of gedeelte daarvan tot een maximum van € 15.000,-.
Overwegingen
De rechtbank stelt vast dat in het primaire besluit in elk geval niet staat wat verweerder, naar eigen zeggen, bedoeld heeft te gelasten en dat ook op zichzelf beschouwd uit de omschrijving in het primaire besluit niet duidelijk valt op te maken welk deel van de gebouwde erfafscheiding verwijderd dient te worden. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat de last
– gelet op de aanvullende motivering in het bestreden besluit – aan duidelijkheid te wensen overlaat. Gelet daarop, volgt de rechtbank eisers in hun betoog dat onvoldoende duidelijk was welk deel van de erfafscheiding verwijderd, dan wel verlaagd, dient te worden.
heeft – geen voorwaarde dat een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend.
€ 501,00 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 21 december 2016;