ECLI:NL:RBNHO:2018:1676
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot stiefouderadoptie niet-ontvankelijk na intrekking verzoek
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige door verzoeker, die sinds 2007 samen met de moeder voor het kind zorgt. De moeder en verzoeker zijn in scheiding, en de moeder heeft haar toestemming voor de adoptie ingetrokken. De minderjarige gaf aan graag door verzoeker geadopteerd te willen worden en wenst bij verzoeker te blijven wonen.
De rechtbank hield op 5 februari 2018 een zitting waar alleen de zus van de overleden vader van de minderjarige aanwezig was. Na de zitting trok verzoeker het verzoekschrift in. De rechtbank oordeelde dat het verzoek daardoor niet-ontvankelijk is en wees de adoptie af.
De rechtbank overwoog dat een adoptieprocedure verstrekkende gevolgen heeft en dat een spoedige beslissing in het belang van alle betrokkenen is. Een verzoek tot aanhouding van de zaak werd daarom niet gehonoreerd. Tegen de beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot stiefouderadoptie is niet-ontvankelijk verklaard na intrekking door verzoeker.