Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[griffier],
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende op 2 oktober 2017 een wrakingsverzoek in tegen mr. S. Slijkhuis, de rechter, en de griffier in een bestuursrechtelijke hoofdzaak bij de rechtbank Noord-Holland. Dit verzoek betrof de zaak HAA 17/872 WVW, waarin verzoeker eerder kennelijk niet-ontvankelijk was verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het wrakingsprotocol van de rechtbank. Volgens artikel 8:16 Awb Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Omdat de rechter al uitspraak had gedaan, was het verzoek niet-ontvankelijk. Daarnaast kunnen griffiers niet worden gewraakt, waardoor het wrakingsverzoek tegen de griffier eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder zitting af te wijzen en beval toezending van een afschrift van deze beslissing aan verzoeker, de rechter, de griffier en de teamvoorzitter van de bestuursrechtelijke afdeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter en griffier is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.