Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Ontvankelijkheid verzet
3.Voorvragen
4.Standpunten van partijen
5.Vrijspraak
in gebruik zijndenesten.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het vernielen en verstoren van nesten van oeverzwaluwen tijdens werkzaamheden aan de Geniedijk in Rijsenhout in mei en juni 2015.
De tenlastelegging bestond uit het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van nesten van beschermde oeverzwaluwen en het opzettelijk verontrusten van deze vogels. Verdachte voerde aan dat de voor de zaak relevante bepalingen van de Wet natuurbescherming gunstiger waren en dat er onvoldoende bewijs was voor de aanwezigheid van nesten en oeverzwaluwen tijdens de werkzaamheden.
De rechtbank stelde vast dat de nesten van oeverzwaluwen geen jaarrond bescherming genieten en dat de nesten ten tijde van de werkzaamheden niet in gebruik waren. Getuigenverklaringen en inspecties toonden aan dat de nesten verlaten waren en dat er geen vogels of eieren werden aangetroffen. Ook was geen bewijs dat de verstoring van de vogels van wezenlijke invloed was op de populatie. Daarom was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de nesten vernielde of de vogels opzettelijk verontrustte.
De rechtbank vernietigde de strafbeschikking, verklaarde de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte vrij van beide feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor vernieling en verstoring van nesten van oeverzwaluwen.