ECLI:NL:RBNHO:2018:1892
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- M.C.A. Onderwater
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Indeling van schoonmaakdoekjes in de gecombineerde nomenclatuur volgens douanewetgeving
De rechtbank Noord-Holland behandelde het geschil over de juiste tariefindeling van schoonmaakdoekjes waarvoor de Belastingdienst bindende tariefinlichtingen (bti's) had afgegeven. De inspecteur had de doekjes ingedeeld onder GN-code 6307 10 10, terwijl eiseres betoogde dat zij onder GN-code 6003 30 90 moesten vallen.
De kern van het geschil betrof de uitleg van aantekening 7 op afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur, die bepaalt welke artikelen als geconfectioneerd worden aangemerkt. Eiseres stelde dat alleen niet vierkant of rechthoekig gesneden artikelen geconfectioneerd zijn, terwijl de doekjes vierkant of rechthoekig gesneden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de doekjes wel degelijk geconfectioneerd zijn omdat zij zonder aanvullende bewerking direct bruikbaar zijn, conform onderdeel b van aantekening 7.
De rechtbank verwees naar de tekst van de relevante tariefposten, aantekeningen en toelichtingen en stelde vast dat de doekjes niet onder hoofdstuk 60 kunnen worden ingedeeld vanwege aantekening 8. De rechtbank zag geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen ondanks de uiteenlopende interpretaties in lidstaten.
De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard en de indeling van de schoonmaakdoekjes onder GN-code 6307 10 10 gehandhaafd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de schoonmaakdoekjes worden ingedeeld onder GN-code 6307 10 10.