Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
5.Beoordeling
Op grond van art. 247 lid 4 en Pro 5 heeft het kind na ontbinding van het huwelijk recht op een gelijkwaardige opvoeding en verzorging door beide ouders. Het vijfde lid bepaalt uitdrukkelijk dat ouders met gezamenlijk gezag ter uitvoering van dat recht in een overeenkomst of ouderschapsplan rekening kunnen houden met de praktische belemmeringen die ontstaan in verband met het beëindigen van de samenleving. Art. 247a verplicht hen met zoveel woorden een ouderschapsplan op te stellen. De wetgever legt voorts ook ex-samenwoners met gezamenlijk gezag uitdrukkelijk de verplichting op om een ouderschapsplan te maken bij het uiteengaan en hecht er dus een groot belang aan dat ook voor die kinderen een ouderschapsplan tot stand komt.