ECLI:NL:RBNHO:2018:2294
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing adoptieverzoek na laagtechnologisch draagmoederschap
Verzoekers, een gehuwd echtpaar, hebben bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek tot adoptie ingediend van een minderjarige die via laagtechnologisch draagmoederschap is geboren. De draagouders, die gehuwd zijn in het Caribisch Gebied, hebben ingestemd met het adoptieverzoek. Het kind is direct na de geboorte opgenomen in het gezin van verzoekers en verblijft daar sinds enige tijd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie is voldaan, zoals opgenomen in artikel 1:227 en Pro 1:228 van het Burgerlijk Wetboek. Het belang van het kind staat voorop en het is redelijkerwijs te voorzien dat het kind niets meer van de draagouders als ouders te verwachten heeft. Verzoekers hebben gekozen voor de geslachtsnaam die het kind zal dragen.
Eerder was het ouderlijk gezag van de draagouders beëindigd en waren verzoekers benoemd tot voogd. Na deze adoptiebeschikking zullen verzoekers de juridische ouders zijn en het gezag over het kind verkrijgen. De rechtbank heeft bepaald dat de beschikking wordt geregistreerd in het gezagsregister en aan de burgerlijke stand wordt doorgegeven. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie toe en spreekt de minderjarige uit als kind van verzoekers.