ECLI:NL:RBNHO:2018:2646
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving
Verdachte werd beschuldigd van het wederrechtelijk van vrijheid beroven van het slachtoffer, onder meer door het vastbinden, bedreigen en mishandelen van het slachtoffer in een woonboerderij en het vervoer in een auto. De officier van justitie eiste twaalf maanden gevangenisstraf.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts als vertaler optrad en geen geweld heeft gepleegd of daaraan heeft bijgedragen. Er bestond twijfel over de verklaringen en de rol van verdachte, die niet als leider kon worden aangemerkt. Het alternatieve scenario van verdachte werd niet weerlegd door het dossier.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. Verdachte werd vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat hij betrokken was bij de vrijheidsberoving of het geweld tegen het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving.