Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben pleitnotities overgelegd.
Rechtbank Noord-Holland
Chocolate King B.V. huurt sinds 1 april 2009 een bedrijfsruimte te Heiloo van [verweerder]. De huurovereenkomst liep oorspronkelijk tot 31 maart 2012 met jaarlijkse verlengingsmogelijkheden. Na opzegging door [verweerder] per 1 september 2017 verzocht Chocolate King om verlenging van de ontruimingstermijn met een jaar, stellende dat zij groot belang heeft bij voortzetting vanwege haar bedrijfsvoering en investeringen in het machinepark.
De verhuurder verzet zich tegen het verzoek vanwege een aanzienlijke huurachterstand van € 9.301,12, die door de rechtbank in een civiele procedure is vastgesteld. De kantonrechter overweegt dat de belangenafweging op grond van artikel 7:230a lid 4 BW vereist dat de belangen van de huurder zwaarder moeten wegen dan die van de verhuurder. Hier weegt de huurschuld zwaar mee, waardoor het verzoek wordt afgewezen.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op drie maanden, tot uiterlijk 1 augustus 2018. Chocolate King wordt veroordeeld in de proceskosten. De waarborgsom van € 8.211,-- wordt niet als compensatie voor de huurschuld aangemerkt. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2018 door kantonrechter S.B. Rip.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen en ontruiming wordt vastgesteld op 1 augustus 2018.