ECLI:NL:RBNHO:2018:2913

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 maart 2018
Publicatiedatum
9 april 2018
Zaaknummer
15/153961-17 DNA
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 2 Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 3 Opiumwet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige afname van DNA-materiaal wegens onjuiste gegevens in bevel

Op 13 november 2017 gaf de officier van justitie een bevel tot afname van DNA-materiaal van veroordeelde, gebaseerd op een strafbeschikking die onjuist was gedateerd en niet alle relevante wetsartikelen vermeldde. Veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen de afname van het DNA-profiel, stellende dat de strafbeschikking op 25 oktober 2017 was opgelegd en dat het feit een eenmalig incident betrof.

De rechtbank oordeelde dat de onjuistheden in het bevel niet als kennelijke schrijffouten konden worden aangemerkt en dat de afname van het DNA-materiaal daardoor onrechtmatig was. Gezien de grote inbreuk op de privacy van veroordeelde moet het openbaar ministerie uiterst zorgvuldig zijn bij het opstellen van dergelijke bevelen.

Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beval zij de officier van justitie om het op basis van het bevel afgenomen celmateriaal onmiddellijk te vernietigen. De uitspraak werd gedaan door rechter K.G. Witteman op 12 maart 2018.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen DNA-materiaal wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Haarlem
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer:18-000511
Parketnummer: 15/153961-17
Uitspraakdatum: 12 maart 2018
Beschikking(art. 7 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden)

1.Ontstaan en loop van de procedure

Op 17 januari 2018 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingekomen een door mr. M. Baadoudi ingediend bezwaarschrift van
[veroordeelde] ,veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
domicilie kiezende te (2011 NB) Haarlem, Nieuwe Gracht 5a, ten kantore van
mr. M. Baadoudi, advocaat,
Het bezwaarschrift is gericht tegen het nader bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde, ten behoeve waarvan op bevel van de officier van justitie te Haarlem van
13 november 2017 op 11 januari 2018 bij veroordeelde celmateriaal is afgenomen.
Op 26 februari 2018 is dit bezwaarschrift in raadkamer behandeld.
Veroordeelde is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Baadoudi, voornoemd.
Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. M.A. Hobbelink.

2.Standpunten

Het standpunt van veroordeelde luidt - zakelijk weergegeven – as volgt:
  • anders dan in het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek is niet op 13 augustus 2017 maar op 25 oktober 2017 aan cliënt een strafbeschikking opgelegd;
  • nu het bevel tot afname is gebaseerd op een strafbeschikking die aan cliënt op 13 augustus 2017 zou zijn opgelegd dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard;
  • het door cliënt gepleegde feit is een eenmalig incident geweest. Het is redelijkerwijs niet aannemelijk te achten dat zijn DNA-profiel van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Opname van het DNA in de databank voelt voor veroordeelde als een stempel en schending van zijn privacy.
Het standpunt van de officier van justitie luidt primair, zakelijk weergegeven, dat het opnemen van een verkeerde datum in het bevel tot afname DNA-materiaal een kennelijke schrijffout betreft en niet kan leiden tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift.
Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat zich niet voordoet een uitzonderingsgeval als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, en dat het bezwaarschrift ook hierom ongegrond behoort te worden verklaard.

3.Beoordeling

Het bevel van de officier van justitie tot afname van DNA materiaal van 13 november 2017 is gegrond op artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, waarbij als grondslag heeft gediend de aan veroordeelde opgelegde strafbeschikking op 13 augustus 2017 ter zake van artikel 310 en Pro 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Veroordeelde heeft op 11 januari 2018 middels afname van wangslijmvlies celmateriaal afgestaan ten behoeve van DNA-onderzoek.
Het bezwaarschrift dat veroordeelde heeft ingediend tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel is tijdig ingediend.
De eigenlijke aan de afname van het celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek ten grondslag gelegen strafbeschikking is gedateerd 25 oktober 2017 en gestoeld op overtreding van artikel 3 van Pro de Opiumwet en de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht .
In het bevel tot afname celmateriaal voor DNA-onderzoek is opgenomen dat het bevel is afgegeven op grond van een op 13 augustus 2017 aan veroordeelde opgelegde strafbeschikking wegens overtreding van artikel 310 en Pro 311 Sr. In het bevel is aldus niet enkel een verkeerde datum van de strafbeschikking opgenomen, maar zijn tevens niet alle aan de strafbeschikking ten grondslag liggende overtreden wetsartikelen opgenomen.
Gelet op de zeer grote inbeuk die afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek betekent op het privé leven van de veroordeelde, mag van het openbaar ministerie worden verwacht dat de afgifte van het bevel tot afname met de grootst mogelijke zorgvuldigheid gepaard gaat. Dit brengt in ieder geval mee dat de in het bevel opgenomen gegevens juist moeten zijn. Hieraan is in dit geval niet voldaan, zodat de op dit bevel gevolgde afname van DNA als onrechtmatig moet worden beschouwd. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat de onjuistheden niet kunnen worden aangemerkt als kennelijke verschrijvingen.
Het vorenoverwogene dient derhalve tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift te leiden.

4.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het bezwaarschrift gegrond;
- beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het op basis van het bevel afgenomen celmateriaal van veroordeelde terstond wordt vernietigd.

5.Samenstelling enkelvoudige kamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door:
mr. K.G. Witteman, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. E. Boes, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2018.