ECLI:NL:RBNHO:2018:3067
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond tegen DNA-afname na omzetting boete in taakstraf wegens toezegging OM
Veroordeelde diende bezwaar in tegen het bepalen en verwerken van haar DNA-profiel nadat zij, na aanvankelijke oplegging van een boete, een taakstraf kreeg opgelegd vanwege betalingsproblemen. De officier van justitie had tijdens de OM-horen zitting toegezegd dat geen DNA zou worden afgenomen omdat het een kleine overtreding betrof.
De rechtbank stelde vast dat het bevel tot DNA-afname was gebaseerd op de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en de strafbeschikking voor een overtreding van artikel 311 Sr Pro en artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie. Hoewel de wet een DNA-afname voorschrijft bij taakstraffen, achtte de rechtbank het vertrouwen van veroordeelde in de toezegging van het OM gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval vernietiging van het afgenomen celmateriaal, omdat het OM haar toezegging niet was nagekomen en de zaak oorspronkelijk met een boete zou worden afgedaan.
Uitkomst: Bezwaar gegrond verklaard en vernietiging van afgenomen celmateriaal bevolen.